<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<OAI-PMH xmlns="http://www.openarchives.org/OAI/2.0/"
         xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"
         xsi:schemaLocation="http://www.openarchives.org/OAI/2.0/
         http://www.openarchives.org/OAI/2.0/OAI-PMH.xsd">
 <responseDate>2026-05-07T02:53:40Z</responseDate>
 <request identifier="oai:oar.onroerenderfgoed.be:RELT002-004" metadataPrefix="oai_dc" verb="GetRecord">http://oar.onroerenderfgoed.be/</request>
  <GetRecord>
  <record>
  <header>
   <identifier>oai:oar.onroerenderfgoed.be:RELT002-004</identifier>
   <datestamp>2022-04-27T09:04:53Z</datestamp>
   <setSpec>RELT</setSpec>
   </header>
   <metadata>
     <oai_dc:dc
       xmlns:oai_dc="http://www.openarchives.org/OAI/2.0/oai_dc/"
       xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
       xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"
       xsi:schemaLocation="http://www.openarchives.org/OAI/2.0/oai_dc/
       http://www.openarchives.org/OAI/2.0/oai_dc.xsd">
      <dc:title>Het kasteel van Gaasbeek (gem. Lennik, prov. Vlaams-Brabant): de oostelijke sector. Interimverslag 1996 - 2000</dc:title>
      <dc:creator>Van Bellingen, Stephan</dc:creator>
      <dc:description>In het centrum van de driehoek Brussel-
Halle-Ninove bevindt zich het landelijke dorp
Gaasbeek. Het maakt deel uit van de gemeente
Lennik en ligt in het Pajottenland. Bij het ruime
publiek is Gaasbeek vooral gekend omwille van
haar middeleeuwse burcht.
In april 1992 contacteerde Dr. Herman
Vandormael, toenmalig conservator van het
kasteel van Gaasbeek, het Instituut voor het
Archeologisch Patrimonium met de melding
dat de dienst Gebouwen van het Ministerie
van de Vlaamse Gemeenschap de intentie
had om de eeuwenoude burcht te restaureren
en met de vraag om een archeologische
opvolging van de werken te verzekeren. De
restauratiewerken die in verschillende fasen
werden opgesplitst gingen op 2 mei 1994 van
start. Aanvankelijk verscheen het IAP (thans
VIOE) op de werf wanneer er funderingen
aan het licht kwamen. Vanaf 1997 werden
de controles uitgebreid en werd er overgegaan
tot voorafgaandelijke opgravingen
en/of sonderingen. Dankzij de inbreng van de
dienst Gebouwen van het Ministerie van de
Vlaamse Gemeenschap kon tweemaal, voor
een periode van zes maanden, een archeoloog
aangetrokken worden, die de dagelijkse
leiding kreeg van de opgravingen, maar wel
onder de wetenschappelijke leiding van het
IAP werkte. In 1997 en 1998 werd deze taak
opgenomen door mejuffrouw Hilde Simillion
en in 1999 en 2000 door mejuffrouw Joke
Verkeyn. Hierbij werd vooral in het oostelijke
deel van het kasteel onderzoek verricht. Dit verslag brengt de belangrijkste resultaten
van deze campagnes.</dc:description>
      <dc:publisher>VIOE</dc:publisher>
      <dc:date>2006-12-24</dc:date>
      <dc:type>text</dc:type>
      <dc:format>application/pdf</dc:format>
      <dc:identifier>https://doi.org/10.55465/ESHP7568</dc:identifier>
      <dc:identifier>https://id.erfgoed.net/infocat/publicaties/56</dc:identifier>
      <dc:identifier>https://oar.onroerenderfgoed.be/publicaties/RELT/2/RELT002-004.pdf</dc:identifier>
      <dc:source>Relicta, Archeologie, Monumenten- en Landschapsonderzoek in Vlaanderen 2, pp. 153-196, Brussel, 2007.</dc:source>
      <dc:source>ISSN 1783-6425</dc:source>
      <dc:language>nl-BE</dc:language>
      <dc:rights>copyright VIOE</dc:rights>
     </oai_dc:dc>
   </metadata>
  </record>
 </GetRecord>
</OAI-PMH>
